zondag 10 januari 2010

Ding 21: BibliotheekCatalogi (2)


Dat ik NU pas, door de 23dingen cursus gedwongen tot nadenken hierover, besef dat het begrip bibliotheekcatalogus totaal anders van inhoud is geworden vind ik beschamend. Het artikel uit het Bibliotheekblad 2008/24 eindigt met de vraag of de bibliotheekcatalogus het jaar 2012 eigenlijk wel haalt. Vóór de 23Dingen-cursus zou ik dit een volkomen belachelijke vraag hebben gevonden en dat geeft aan hoe geblinddoekt ik rondliep. (Gelukkig totaal niet op een beleidsbepalende, bestuurlijke of anderszins gezaghebbende plaats. Dát was pas echt erg geweest.)

Dat informatie nu op veel andere manieren tot ons komt dan in papieren vorm (wat toch eeuwenlang de enige manier was) had zelfs ík al door, maar dat de verwijzingen naar die papieren vorm – de catalogi- al zó met elkaar verknoopt zijn geraakt…tja…je wéét het wel maar het lijkt me nu dat ik het gewoon niet wilde weten.
Door dit Ding ben ik gedwongen geweest eindelijk bewust te zien dat het instituut openbare bibliotheek waarschijnlijk over pakweg 30 jaar niet meer bestaat. Dat is natuurlijk heel bitter voor iemand die ooit zo heilig geloofde in dat instituut en die zo blij en fier was er deel van uit te maken.

Afgelopen vrijdag 8 januari ’10 stond er een artikel in de krant (NRC-Yaël Vinckx) over de missers die de muziekindustrie heeft gemaakt met betrekking tot de digitale revolutie. Dat artikel heeft als grondslag dat de platenbazen alleen maar op snel geld verdienen uit waren en daardoor de boot volledig hebben gemist.” Inhalig en arrogant” kopt de krant. De bibliotheken valt dat nare gedrag niet aan te rekenen, gelukkig, maar ja: “Het is niet de eerste keer dat de technische vooruitgang een bedrijfstak verwoest”. ( Steve Knopper: Appetite for self destruction; the spectacular crash of the record industry in the digital age’)
Nee, video killed the radiostar, schrijft Vinckx en het worldwide web maakt het gros van de bibliotheken overbodig, schrijf ik.

Nu al is overduidelijk dat mensen, ook in een dorp op de Veluwe, voor informatie zijn aangewezen op Internet, niet op informatie uit bibliotheekboeken. Het jammeren daarover is hetzelfde jammeren als dat van de arbeiders bij de opkomst van de stoommachine. Denk ik. En de wereld is veranderd op dezelfde manier als door de uitvinding van de boekdrukkunst. Alleen in een veel korter tijdsbestek, denk ik.

Maar allez, laten we het nu nog even klein houden. Ik ben niet dol op de aquabrowser omdat die vaak van die malle zijweggetjes geeft. Ik blijf van mening dat er beter trefwoorden kunnen worden gegeven die vastliggen in een thesaurus dan dat er sensitieve gedachtensprongetjes op schrift worden gesteld door jan en alleman. Het is grappig, maar een catalogus is per definitie niet grappig of hyperindividueel.
Wel moet ik toegeven dat er op deze manier weer aan 'browsing' kan worden gedaan; iets wat in de ouwe kaartenbak ook gebeurde en wat tot mooie dingen kan leiden.

Worldcat is adembenemend om in rond te neuzen. Maar ik zie nog niet goed hoe ik deze gebruiken moet in een kleine openbare bibliotheek. Ik moet hier echt verder in studeren.

In ons dorpsfiliaal zijn enkele lezers die wetenschappelijk werk via ons aanvragen: vinden die het belangrijk om te weten dat de door hun gewenste boeken in de nationale bibliotheek van Australië zijn, alsmede in 10 universiteitsbibliotheken in de VS? Nou nee, als de titels te vinden zijn in Picarta en voor 6 euro zijn aan te vragen bij hun plaatselijke bibliotheek, dan is het prima.

De plaatselijke catalogus heeft nu nog wel degelijk zin, vooral als die zo helder, eenduidig en typografisch aantrekkelijk is als onze eigen mooie en duidelijke Bicatcatalogus.
- Welke boeken zijn in het bezit van 'mijn' bibliotheek?
- Welke boeken zijn uitgeleend ?
- In welk filiaal kan ik het boek vinden?
En je vindt óók wat als je de titel niet helemaal goed weet, en na wat puzzelen bedenk je ook bijna altijd wel een goed trefwoord voor een onderwerp. (De meeste klanten zijn heel trefzeker, is mij al vaak gebleken.) Het belangrijkste is: je weet dat deze boeken snel tot je beschikking staan.

Een catalogus, puur gericht op het bezit van de 'lijfelijk aanwezige bibliotheek'is een fijn en praktisch gebruiksvoorwerp.Daar moeten niet te veel toeters en bellen aan komen. Wat moet ik goedbeschouwd met de mening van een onbekende gebruiker? Ik stel veel meer prijs op de warme aanbeveling van collega F.: een echt mens dat ik ken. Voor recensies raadpleeg ik liever de krant of luister ik naar de radio, of ik zoek op ...internet. Maar toch niet in eerste instantie in een catalogus?

Zolang de (openbare) bibliotheek nog bestaat is een digitale kaartenbak heel handig. En genoeg. Zolang er mensen naar hun bieb gaan. Maar hoe lang is dat nog?

Nu weer even groot gedacht: er zullen boeken blijven verschijnen,films, geluidsdocumenten, evenals (digitale) tijdschriften enzovoort enzovoort.
Dat de titelbeschrijvingen daarvan royaal en via allerlei zoekwegen te vinden (zullen) zijn via Internet lijdt geen twijfel.

Maar mensen zullen waarschijnlijk steeds minder de behoefte hebben om een dokument in handen te hebben, de inhoud van het dokument zal vaak worden gedownload. Vermoedelijk wordt een boek van papier zoiets als wat nu een vinyl langspeelplaat is: iets bijzonders, een aardigheid voor erbij.
Is dat jammer? Ja, ik vind dat heel erg jammer. En dan wat?
Goed voor de bomen.

2 opmerkingen:

  1. Hoi Nel
    Wederom een interessante verhandeling. Ik zou hier graag eens persoonlijk met je over praten, want een triest gevoel komt over mij vanwege het verloren gaan van wat ooit zo mooi was: een bibliotheek met boeken en een eigen catalogus. Internet heeft zeker veel te bieden, maar door internet verdwijnt er ook veel dat jarenlang een grote waarde had.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Grietje, ik ben het zo hartgrondig met je eens. Ik weet niet of je de opmerking hebt gehoord van de KBmedewerkster op de radio? Ik heb echt lang gezocht om het terug te horen, want ik dacht dat ik het niet goed verstaan had, maar ze zegt het écht: "Als boeken niet digitaal verkrijgbaar zijn, dan zullen ze ophouden te bestaan." Wat me bevreemdt in veel reacties van collega's is het gemak waarmee men afscheid neemt van dat, wat was. Dat het wel zal moeten, is een ander verhaal.

    Door de cursus ben ik me pas echt bewust gaan worden van het feit dat er een digitale revolutie is. Ik gebruikte die term wel, maar nu zie ik er pas de reikwijdte van. Altijd overal vrolijk langs gefietst.
    Er zijn ook veel aardige dingen bij al het nieuwe, neus eens rond op Ning, dat is een soort praatplein voor de moderne bibliothecaris en het is hoopgevend.

    BeantwoordenVerwijderen